Productontwikkeling
Voor ontwikkeling van nieuwe, en aanpassing van bestaande, functionaliteiten maakt Compaan gebruik van de OTAP-straat. Dit creëert een duidelijk onderscheid tussen omgevingen voor Ontwikkeling, Testen, Acceptatie en Productie.
Release naar productie
Is een aanstaande release technisch goedgekeurd door de developers en akkoord bevonden door de stakeholders? Dan wordt een merge van de code met de zogenaamde master-branch gedaan. Deze actie triggert automatisch een deploy naar de acceptatieomgeving. Gedurende de dag zullen de testers het testplan op staging nalopen. Dit is een laatste controle of alle basisfunctionaliteit in onze applicaties nog steeds werkt. Na akkoord van de testers is de release naar de productieomgeving.
Testgegevens
In alle omgevingen, behalve productie, worden geen persoonsgegevens gebruikt die te herleiden zijn naar een individuele gebruiker. Het gaat hierbij onder meer om de ontwikkelomgeving, testomgeving en acceptatie-/stagingomgeving. De gebruikte database in die omgevingen komt wel van productie (qua structuur willen we immers zo dicht mogelijk tegen productie aan ontwikkelen en testen), maar alle gevoelige gegevens worden eerst vervormd in een proces dat “data obfuscation” heet. Verder wordt veel data uit de productiedatabase eerst verwijderd voordat deze in andere omgevingen komt.
Onder meer de volgende gegevens worden onherkenbaar gemaakt:
- Voornaam en achternaam;
- Straat, huisnummer, huisnummer toevoeging, postcode;
- Telefoonnummer (m.u.v. landcode) en deel e-mailadres voor het apenstaartje;
- Opmerkingen-veld bij klanten en partners;
- Omschrijving foto’s/video’s, omschrijving agenda-afspraken en medicijnherinneringen;
- Links naar bestanden op de storage (facturen, foto’s, e-mails);
- Logincodes Compaan-tablets en hashed wachtwoorden.